Kop op!

In de put

wil ik niet blijven,

het is me er te vochtig,

het is me er te donker,

het is me er te kil,

bovendien

zie ik hier beneden

mijn favoriete sterren niet stralen

en ik weet

dat zodra ik die weer zie

ik mijn verkleumde botten

al vergeten ben.

Als een lopend vuurtje – ukv

De buurman versprak zich, vertelde dat hij op reis ging en snel schatrijk terug zou keren. Na veel flemen zei  hij  waar de rijkdom voor het oprapen lag. Het overtuigde. Ik haalde geld van de bank, kocht dure treinkaartjes een ging met mijn zonen op reis.
Eenmaal aangekomen bleken we niet alleen. Op een kale heuvelrug groeven en wroetten duizenden andere gelukzoekers onophoudelijk in de aarde en verzamelden. Af en toe klonk er een juichkreet.

Een week later zijn we weer thuis, berooid en een illusie armer. In de schuur staan rugzakken met, wat is gebleken, waardeloze stenen.

Conflict

Ik weet niet wat het is,

maar hier sta ik dan

al uren te roeren,

de ingrediënten willen maar niet binden,

heb ik er soms eentje gemist?

Ik heb een hekel aan

een te dun mengsel

of klontjes in de pap.

Dus zal ik dit dessert

maar weer als

mislukt beschouwen,

daarom gooi ik het vol overgave

in de dichtstbijzijnde vuilnisbak.

Heilig

Hij draagt een aureooltje

en een kostuum

dat tot in de verte

glinstert en glittert,

maar deze attributen

heeft hij allemaal zelf gemaakt,

wie hij werkelijk is

kun je pas zien

als hij ze aflegt,

als hij kwetsbaar is en naakt.

Bewegen

Mijn kreupelhout

ligt veilig

tussen dennentakken

en fris groen loof geborgen,

wordt daar niet dorder,

wordt daar niet droger.

Ik laat het er

wekelijks verzorgen,

zodat het

niet meteen zal knakken,

toch een beetje

van zijn veerkracht

en zijn kleur behoudt.

De thuisreis – ukv

We hebben afgesproken op Victoria Station. Drie maanden heb ik hem niet gezien en ik kijk er naar uit om  met hem naar huis te gaan. Vanaf het moment dat ik hem bij de krantenkiosk zie staan, voel ik me warm worden, voel ik me geborgen.
Hij heeft kamers voor ons gereserveerd in een groot hotel. Ik kijk mijn ogen uit. Tijdens het diner in een sjiek restaurant praten we, lachen we, vertellen elkaar over de afgelopen maanden. Ik geniet ervan hem helemaal voor me alleen te hebben. Thuis ben ik morgen weer één van zijn vijf kinderen.

Duivels oranje

In Nederland

noemen ze mijn tongval Vlaams,

in Vlaanderen zeggen ze na

mijn eerste gehoorde woorden:

‘jij bent zeker in Holland geboren.’

En ik,

ik reken me rijk,

ik voel me thuis in beiden landen,

een tevreden onderdaan,

ik ben een echte Europeaan.