Uitzichtloos?

Het donker

in de tunnel

leidt tot eindeloos gestrompel,

soms gestruikel.

Turend verlangt ze

naar het einde,

naar dat ene streepje licht,

waarvan ze weet

dat het zal komen,

maar het zo lang

afwezig blijven

brengt haar nu en dan

danig uit haar evenwicht.

Een ode

De soortgenoot loopt
op twee benen.
Zijn voeten
in zijn schoenen.
Niet op zijn sokken,
vlak ernaast.

De soortgenoot heeft
twee armen,
twee handen.
Eenieder wil hij
daarmee dienen,
maar aan zijn rechter
staan zijn vingers
zoals aan zijn linker.
Geheel verkeerd.

De soortgenoot
heeft een mond
daaruit stromen woorden,
van wel duizend per minuut.
Als de mijne en de zijne
elkaar tegenkomen,
ontstaat geen helder water,
maar een troebele overvloed.

Eén soortgenoot
gebruikt vier wielen
om van B naar A te bewegen.
Kan niet spreken.
Kan niet zingen.
Heeft een uitstekend denkvermogen.

Die soortgenoot
is iemand
wiens ogen kunnen stralen,
aanstekelijk kan lachen om een grap,
een motor is voor haar omgeving
ook al gaat die van haarzelf
langzaam maar gestaag
steeds verder stuk.

Vlijmscherp – ukv

De oude dame zat in haar leunstoel te soezen toen ik binnenkwam. Gewoontegetrouw ging ik op de bank zitten. Langzaam leek ze te ontwaken. Uit haar lichaamstaal maakte ik op dat ze blij was me te zien. Ik besloot mijn voorgenomen alertheid te laten varen, zo aangenaam was ze.
Achteraf weet ik niet meer wat er gebeurde, wat ik had gezegd, of ik haar had aangeraakt, maar ineens stond ze op, zette zich schrap, kromde haar rug, siste, sneerde en voegde een nieuwe kras toe aan haar anderen op mijn ziel.
Weer had ik me in haar vergist.

Levensfase

Dit deel is gesloten,

definitief dicht,

maar ik ben al stiekem gaan piepen

op de eerste pagina’s

van een van de volgende delen,

las er woorden, las er zinnen,

herkende er personages

die er een rol in spelen

en ik ben blij

dat ik niet meer hoef te wachten

om er aan te beginnen.

*

*

Maakt u zich druk
als mensen zonder voeten vegen
bij u binnenkomen,
en in hun vuile plunje
plompverloren
zomaar gaan zitten op uw bank?

Gaat u schreeuwen tegen de hond
die op uw oprit zijn pootje licht
en daarna ook een grotere boodschap achterlaat,
of blijft u beleefd boos
tegen zijn baas?

Antwoordt u op de herrie
op het onmogelijke uur,
met uw boxen op maximaal vermogen,
of blijft u tollen en draaien tussen de lakens,
wachtend op een onrustige slaap?

Laat u zich woedend,
luid vloekend,
weer eens snijden
door zo’n jonge, gemotoriseerde onverlaat,
of blijft u zwijgen, gelaten,
peddelend op uw pedalen?

Bijt u uw lippen door
als politici in de media
onwaarheden verkopen,
of schreeuwt u dan steevast
uw hele huishouden bij elkaar?

Of hoort u tot diegenen die,
bang voor rode konen,
dit alles niet hardop
voor durven  te lezen,
zoals ik?