Afleiding

Na alle modderpaden, kuilen, plassen,

vormt een nauwe grindweg

me door velden

met klaprozen, korenbloemen, paardenbloemen, margrieten en ook fluitenkruid,

kan ik mij even verzoenen

met mijn recente historie,

kijk ik mijn ogen uit.

Feest – ukv

Het is uitgestorven in het vroeger zo drukke buurtje. Maar als ik de Sophialaan inrijd, is het helemaal anders. Overal hangt de vlag uit. De Mensen staan te praten met hun buren, alsof ze ergens op staan te wachten. Voor nummer tien speelt een dweilorkestje.
Dan draait de Opel van nr. 8 de straat in. Het gelegenheidskoortje formeert zich. Voorzichtig, nog  wankel na de maanden bed-arrest, stapt de dochter des huizes uit. Het dweilorkestje begint te spelen. Iedereen zingt mee: Lang zal ze leven. Spontaan, als uit een mond, gevolgd door ‘Welkom thuis’.
Glimlachend, blozend gaat ze naar binnen.

https://melissawouters.wordpress.com/author/melissawouters/

Ouderlijk huis

Als kind zag ik geen gevaar

In die kleine scheuren

in die ene muur,

verborgen als ze waren

door een harmonisch ogend interieur,

maar als ik het huis nu binnenstap

zie ik dat

door het beuken, stampen, strippen,

de schijn is verworden

tot een wand met

diepe reten, onherstelbare barsten,

de schade reikt

tot diep in het fundament.

Instorting dreigt.

Het is hier niet veilig meer,

van het huis rest straks

na de genadeklap

slechts nog een berg puin.

Stuk

Hoewel divers in maat en kleur

vormden ze samen

een perfect plaatje,

een mooi beeld,

maar uiteengevallen

was er niemand

die moeite deed

om ze weer te leggen,

samen te brengen,

het bleef chaos.

Op de stukken zaten krassen,

ze barstten,

nooit werd het geheel

zoals voorheen:

dat perfecte plaatje,

dat mooie beeld.

Een hommage aan Tante Pos: kortverhaal

Een hommage aan Tante Pos: Trouw blik

Hij stond eigenlijk op een vreemde plek, aan het einde van een van de zeven dreven. Toch werd hij in vroegere jaren druk bezocht. Dat werd alsmaar minder, zeker nadat het staatsbedrijf had besloten hem nog maar twee keer per week te lichten. Langzaam verschoot hij van kleur, als een stoppelbaard groeide  een laagje bruine roest over zijn vroeger zo glanzende, grijze en rode lak.
Mien, die aan het einde van de dreef woonde, sprak er schande van. Meubilair en zeker straatmeubilair met een behoorlijke staat van dienst, diende in ere gehouden te worden. Al haar verjaardagskaarten, overschrijvingen en andere brieven met enveloppes belandden in de brievenbus.
Zonder ruggespraak komt de mededeling op een slordig A-viertje dat een aantal brievenbussen vanwege het toenemend gebruik van de digitale post, zullenen verdwijnen. Dit lijkt niet voor de brievenbus aan het einde van Miens dreef te gelden. De brievenbus blijft staan en Mien, wars van alles wat digitaal is, blijft haar brieven er posten. De opgeplakte mededeling ‘brievenbus gesloten’ kan ze niet lezen.
‘Veel te kleine letters’, moppert ze.
In de weken erna ontvangt ze met steeds grotere regelmaat allerlei rekeningen, waarvan ze vermoedt dat ze ze al betaald heeft.
‘Zeker nog niet verwerkt,’ moppert ze. ‘Ze zeggen toch dat alles sneller gaat tegenwoordig, nou vergeet het maar.’

Op een ochtend hoort ze zware mannenstemmen. Als ze door het raam kijkt, ziet ze werkmannen de brievenbus onttakelen.
‘Er zit nog van alles in’, roept de een.
‘Ach ja, er zijn altijd mensen die niet kunnen lezen’, zegt de ander, waarna ze de brievenbus in hun minibusje zetten en wegrijden.

Twee dagen later ontvangt Mien een pakket met een half jaar onbestelde post. Maar goed dat ze de gewoonte heeft, altijd haar post van de afzender te voorzien.

Voor mijn kleinkinderen, voor wie de oude, vertrouwde brievenbus niet meer in het straatbeeld zal passen.

Vrijheid

Het uniform,

dag in dag uit gedragen,

is bij de knieën en

ellebogen dun,

bijna versleten,

wordt als relikwie,

gestoomd, gestreken,

opgeborgen in de kast.

Voortaan wordt ongebonden

kleding gekozen,

korte broeken, shirts en sokken,

tijdloos

en wat bij het weer

en de bezigheden past.