Niet altijd verguisd

Lange tijd

niet naar omgekeken

en nu

vanonder het stof

in een donkergrijze vuilniszak

langs de straat beland.

Afgedankt.

Totdat hij wordt gevonden,

door een gemeentereiniger

op de belt,

waarna hij,

opgepoetst,

op een ereplaats

van diens schoorsteenmantel

wordt gezet.

Verwoeste grond

Achter in de tuin, tussen de compostbak en de grote den, begint ze verwoed te graven. Dit is een prima plek om de scherven op te bergen. Uit het oog, maar niet verdwenen. Het aardewerk zal tijdens haar leven niet verteren. Het enige is het zo diep mogelijk te verstoppen. Erbovenop plant ze een rozenstruik, een verwijzing naar hoe het zou zijn geweest als het zesdelig servies niet stuk voor stuk kapot was gegooid.

De rozenstruik wil daarna, hoe ze ook water geeft, mest of snoeit, niet groeien. Geen roos zal er ooit bloeien, de bodem is helemaal verwoest.

Broer

Zo stil.

Alleen zijn ogen spraken,

zijn stem uitte alleen woorden

bij hoge uitzondering,

zoals wanneer

jij zijn gezicht niet kon lezen

en hij toch iets zeggen wilde.

En zo bleven de meeste van zijn geheimen,

van zijn gedachten altijd bij hem,

nam hij ze mee

de eeuwigheid in.

Misschien, misschien

kenden de koeien,

waarmee hij zoveel tijd spendeerde

zijn voorkeuren,

zijn muizenissen,

zijn liefdes en ergernissen

wel.

Vervanging

Aan die oude Duplo-stenen

is hier en daar wat schade,

sommige zijn helemaal kapot,

maar die nog heel zijn

laten zich soepel tot torens bouwen

en dat is een waar genot,

want die gloednieuwe zijn wel mooier,

zijn volmaakt,

maar nog heel stug,

zijn nog strak.

laten zich niet eenvoudig stapelen,

dat kost precisie,

dat kost kracht.

Zelfportret

Hadden zij te weinig tijd

of alleen slecht zicht,

toen ze mij produceerden.

Er vielen een paar steken

die met vocht

of helemaal niet werden gelicht.

Zo ontstond er een vreemd model;

een beetje scheef,

een paar gaten,

maar als het er op aankwam

toch best redelijke functioneerde.

Puin

Ook al is het

een continent hier vandaan,

ken ik er niemand

van gezicht,

laat staan van naam,

toch schroeit mijn keel dicht,

kan ik niets meer zeggen,

als ik de wanhopen zie van puin.

Over mijn wang biggelt een traan.

Zoals die moeder,

In haar hand een kleine schoen,

bij brokstukken van wat eens was

een veilige haven, hun huis.

Zij ziet een puntje bekend katoen,

de rest bedolven

 onder modder en steen.

Haar gekerm gaat mij hier

bij de kachel, in mijn luie stoel,

door merg en been.

Ik kan er niet meer tegen,

stort een bedragje op 555

en schakel naar een zender

voor triviaal plezier.

Stress – ukv

Met haar spieren strak gespannen stampte ze op de pedalen. Haar hele wezen werd beheerst door haar vijand, die haar tot in haar dromen achtervolgde. Met een paar tips op zak was ze nu op weg hem te verslaan. Werktuiglijk stalde ze haar fiets. In een soort trance ging ze de school binnen, naar de aula, ging daar op haar plaats zitten. Tijdens het eerste van de drie uur zwoegde, zweette ze zich door de opgaven. Toen realiseerde ze zich dat dit sowieso haar allerlaatsteĀ  examen economie was. Bevrijd maakte ze haar opgaven af en leverde de opgaven in.

Oud

Zo vaak hebben ze hier samen gezeten,

maar haar plek is nu leeg,

het leer is daar het meest versleten,

maar ook waar hij altijd zit

zitten scheuren,

zitten gaten,

komt de vulling al naar buiten

en het is de vraag

wanneer de vering het zal begeven.