Vooruitgang

Pal voor mijn voordeur

is geen beweging,

maanden geleden

is hij blijven staan,

zonder rijbewijs

neem ik het stuur

in beide handen,

druk intussen langzaam

op het gaspedaal,

hoe lang het zal duren

voor ik ergens aankom,

wie zal het zeggen,

maar ik kom zeker

op een andere bestemming aan.

Pensioen – ukv

Otto Komma parkeert zijn step en wil bij Boekhandel Punt binnengaan. Pas als de deur niet opengaat ontdekt hij dat alle boeken uit de schappen zijn.
Hij gaat achterom,  naar het magazijn. Daarbinnen vindt hij een wanhopige meneer Punt in een chaos van boeken en dozen.
‘Ik ga met pensioen.’ Meneer Punt kijkt zijn trouwe klantje schuldbewust aan.
‘En al uw vergaarde wijsheid dan? Bij wie moet ik mijn adviezen gaan halen?’ Otto reageert ontzet.
‘Bij mij, maar niet in de winkel, daar heb ik geen opvolger voor.’
‘Jawel, dan wordt Boekhandel Punt, boekhandel Komma,’ beslist Otto ter plekke.

Gemeen

Wat eerst leek

een faire sport

wordt langzaam wreed,

wordt langzaam rot

want na zijn schot

krijgt de speler

nog een schop,

zodat hij ’s nachts niet enkel

van zijn zere knie

maar ook van zijn bloedend hart

nog wakker wordt.

Empathie

Ik sta niet in haar schoenen,

zit niet vlak onder haar huid.

Dichtbij haar

kan ik slechts haar bibberen voelen

en ruik ik haar zweet.

In een spiegel zie ik een deerniswekkend beeld,

ik kan slechts een arm op haar schouder leggen,

want van wat er echt in haar omgaat,

heb ik slechts een vermoeden,

van wat er in haar omgaat,

heb ik amper weet.

Voluit leven – ukv

Hoe lang zat ze al verstopt onder de grond? Niet dat het er echt warm was, maar het was er gegarandeerd beschutter  dan boven haar. Maar nu het om haar heen warmer werd, begon het binnenin haar te gloeien. Ze had genoeg van het donker, verlangde naar licht. Als vanzelf knapte er iets waardoor een gaatje ontstond. Ze richtte zich op, nog verder, zag een klein puntje licht. Dit gaf moed. Niet langer was ze bang voor wind of kou.
Twee dagen later zwaaide ze trots, in een gele zee, haar tere  kroontje naar de zon.

Goed gemanierd – ukv

In een oude schoenendoos vond ik zijn foto, in vol ornaat: kostuum, camel-kleurige regenjas, een hoed om zijn kaalheid te verbergen en niet te vergeten zijn wandelstok.
Hij was op en top gentleman. Nooit ben ik met hem ergens binnengegaan zonder dat hij de deur voor me openhield, nooit aan tafel gegaan zonder dat hij mijn stoel aanschoof, nooit viel hij me in de rede en altijd liep hij op het trottoir aan de straatkant om mij voor het gevaar op de weg te beschermen.
Met zijn verscheiden is ook dit gevoel voor finesse en bescheidenheid begraven

Verweer

Als ik na hevig getwijfel

dan toch buiten sta,

voel ik de scherven

snijden in mijn armen,

in mijn benen,

durf ik nauwelijks verder te gaan,

zou ik me liever hullen

in een deken,

me verstoppen,

doen alsof ik niet meer besta,

maar dan zie ik net ontloken knoppen

in hun wasdom gestropt

door de aanhoudende kou,

toch nog dapper wuiven in de wind.

Ook ik zal ondanks alle wonden,

ondanks alle pijn,

onze oorlog overleven,

door mezelf te zijn,

door gedeisd te blijven,

door te zwijgen,

krijgt geen vijand me zomaar klein.