Kaal

De boks

met de vuist,

of de elleboogstoot,

waar het virus

ons al maandenlang

toe noopt,

kunnen de ferme handdruk

of warme kussen

niet vervangen,

zijn daarom bij iedere begroeting

als een boom zonder tak,

of een tak zonder blad,

kil en een beetje idioot.

Afscheid

Met weerzin
neem ik afscheid
van de zomer,
afscheid van mijn blote benen,
want om kippenvel,
het snijden van de wind
en rillingen te voorkomen
zijn ze voortaan weer
in nylonkousen gehuld.
’s Ochtends vroeg
in het donker buiten
is het immers veel te kil.

Bij zijn negentigste

Ik zie hem daar nog zitten,

aan het hoofd,

aardbeien prikken

en dan prakken

op zijn bruine boterham.

Ik zie hem daar nog zitten,

alhoewel,

eigenlijk zie ik alleen

zijn broek

en zijn voeten in zijn slippers,

de rest is verborgen

achter zijn avondkrant.

Ik zie hem nog genieten,

de wetenschap, een goed glas wijn

en zijn gezin, de bergen

en een wandeling,

zo jammer dat daar veel te vroeg

een eind aan kwam.

Ik zie hem daar nog zitten,

in zijn stoel bij de TV,

moe maar toch tevreden.

Helaas,

het zijn beelden uit het verleden,

maar ik blijf blij

dat ik een dochter van hem ben.

Eigenwijs – ukv

‘Opa, heb jij een een cadeautje voor mij?’ De jarige kijkt hem vragend aan.
Natuurlijk heeft hij iets bij zich.
‘Alsjeblieft kerel.’
Razendsnel trekken de kleine handjes het papier van de doos, maken hem open en halen het  speelgoed eruit.
‘Wat is dit?’ Het feestvarken draait het naar alle kanten, ontdekt een bel als hij op een knopje drukt, houdt zijn vingers in de gaatjes, prutst aan het snoer.
‘Een telefoon.’
‘Nee hoor’, zegt hij en rent naar zijn speelgoedkist.
Hij keert terug met een plat apparaatje. ‘Dit is een telefoon.’
‘Nee,’ zegt opa, ‘dat is een rekenmachientje.’

Zo was het niet – ukv

Langzaam richtte ze zich op, haar hoofd was zwaar en ze had dorst. In haar pantoffels en peignoir wankelde ze de trap af, ging de keuken in en vulde de waterkoker. Even later zat ze met een beker gloeiend hete thee aan de keukentafel, die ook sporen van de avond ervoor vertoonde. Ze depte met een natte vinger cake-kruimels, likte. Ze nipte van een restje. De alcohol en het zoet vermengden zich. Ze wiegde haar bovenlichaam, sloot haar ogen. Alle gezichten en wensen uit het boek kwamen voorbij. ‘Dank u, dank u’, zong ze, ook al hoorde niemand het.