Krachtige stilte

Geen zucht, geen kuch,

zelfs niet de speld die viel,

na die ene korte zin,

hij zei het zacht, iets dwingends in zijn stem:

‘maak het voor hen nu even stil’

en de hele menigte zweeg,

voor iedereen eenzaam in zijn verdriet,

kreeg die doodse stilte

een verbindende kracht.

Huiver

De dorpel waar ik niet over wil

wordt een stoeprand,

waar ik vast over struikel,

wordt een kniehoog hekje,

waarvan ik bij het overmeesteren

beslist val,

wordt een muur,

waar ik never nooit over kom.

Door dit al

laat ik me stoppen,

volg ik niet langer mijn verlangen,

maar laat ik het zonder mij

varen naar de overkant.

Inferieur? – ukv

Ze waren te laat. Natuurlijk. De rest van de familie zat al lang en breed aan het aperitief, de soep pruttelde lusteloos op het fornuis, haar exquise groenten verpieterden in de oven toen hun schoondochter met hem binnenkwam. Zonder een spoor van schaamte overhandigde ze haar een bos bloemen. Plichtmatig kusten ze elkaar, prevelde zij  dankjewel, haar mond in een dunne, rechte streep.

Tijdens de afwas vroeg hij waarom ze zo koel had gereageerd.
‘Ze komen te laat en brengen bloemen als goedmakertje. Van een benzinestation, niet eens van een bloemist,’ foeterde ze.

De bloemen bloeiden ruim een week.

Verwachtingen

Zit dat kostuum

niet veel te strak?

Ook de naden van zijn hemd zijn

op de schouders overspannen,

tussen de knopen piepen de haren

van zijn blote buik.

Weet hij in dat nagelnieuwe pak

wat er van hem wordt verwacht,

hoeveel puin hij van zijn voorganger

nog moet ruimen,

hoeveel hij nog af moet vallen,

voordat alles precies past

en zijn ideeën met gemak

in praktijk kunnen worden gebracht.

Op de drempel

Verlangend zie ik hem komen,

de wisseling van de wacht.

Hij die geacht wordt

uit ons zicht te verdwijnen,

kijk ik amper na.

In huis wis ik zijn nare sporen,

hij laat enkel

een paar kostbare relikwieën na

die ik met veel liefde

op een speciaal plekje zal bewaren.

Tegen de nieuwe zeg ik:

‘Kom maar binnen,

maar was je handen,

ontdoe je van je vuile schoenen

want dan pas

kunnen we goed beginnen’.

Kou

Ergens op onze weg

zakte de temperatuur

tot onder nul,

bevroren puntjes van neuzen,

lelletjes van oren,

hielden we afstand

in plaats van

elkaar te verwarmen, met als doel

elkander te verliezen

en nooit meer aaneen te vriezen.

De foto’s – nagenieten

Er liggen nog kruimels

zoet gebak,

dat zich niet mag vermengen

met vuil of stof,

dat ik dus red,

aan mijn vingertop plak,

op mijn tong leg,

zuig en smaak,

waarop

alleen de smaak blijft steken

op mijn tong

en ik op identieke wijze

de volgende pak.

Wat een genot,

dat die kruimels daar nog liggen,

ik besef dat ik bof.

Onderhoud – ukv

Als ze er eentje tegenkomt die breed zijn tanden laat zien, kan ze het nog steeds niet laten om even stil bij hem te gaan zitten. Als vanzelf beroert ze zijn ivoor, waarna hij klanken produceert. Het duurt echter nooit lang, dan stokt het. Zoveel is verdwenen in vergetelheid.
Haar stuntelige pianospel sterkt haar overtuiging echter dat ze papier en pen dagelijks moet blijven hanteren. Stel je toch voor dat ze geen letters meer zou kennen, geen woorden meer zou kunnen schrijven, geen zinnen meer formuleren, geen verhalen fantaseren. Dat zou pas echt een ramp zijn.

Ik ben stout

Ik ben stout,

laat me niet meer koeioneren,

zal de verboden

die zij van de hoge toren

naar beneden blazen,

toch lekker overtreden

en dan hang ik mijn vuile was

bij de buren buiten,

zwijg in alle talen

behalve in de mijne,

want voor die haar liefhad

heb ik geen geheimen.

Ik spuw mijn gal van het dak,

spuit modder tegen hagelwitte muren,

meer protest zal je van mij niet horen,

voor de rest

houd ik mijn gemak.