Ongeduld – ukv

Hoe lang moet ze hier nog zitten? Ze is het eeuwige gepoets allang beu. Zij en de omgeving is schoon genoeg om uit te breken. Behalve eten is er geen enkele bezigheid meer die haar hier nog behaagt. Dus vreet ze zich dik. Haar cocon wordt daardoor steeds krapper, ze kan zich allang niet meer vrij bewegen. Haar vleugels jeuken, ze snakt ernaar om ze te gebruiken. Toch is er iets of iemand waardoor ze wordt tegengehouden. Zou ze de wereld hierbuiten echt niet aankunnen? Zo gevaarlijk zal het er toch niet zijn?  

Popelen

Zo graag

wil ik bij ze

door de ramen gluren,

maar alle gordijnen

blijven dicht.

Ik kan niet spieken,

er zijn geen vergeten kieren.

Maar ik wil ook niet bonzen

op de deuren

en dus moet ik

mijn geduld bewaren

totdat het donker binnen

wordt verruild door licht.

Machteloos

Met angst en beven

staar ik naar het koord

waarover zij zich,

veel te klein,

naar de uitgang

willen begeven.

Waarschuwingen

kan ik naar ze schreeuwen,

die worden sowieso niet gehoord.

Ik kan alleen maar hopen

dat zij met een vangnet

deze tocht zullen overleven.

Verhuizing – ukv

Na het gebruikelijke gesteggel, gevolgd door de rituele, dikke knuffel verliet ze prakkezerend  het ouderlijk huis. Kon hij nog maar een keer even langskomen. Hij was de enige die ma kon overtuigen. Naar hem luisterde ze altijd. Hij zou haar meenemen naar hun nieuwe woonplaats, die hij zorgvuldig voor hen had uitgekozen. Hij zou haar rondleiden, haar kennis laten maken met bewoners, eventuele nieuwe meubels met haar uitzoeken, oude opruimen; hij zou de hele verhuizing tot in de puntjes regelen. Zij zou gedwee overstag gaan.
Maar helaas, het zou niet gebeuren. Ze was immers al jaren weduwe.

Koppig

De hoge koorts

is niet geweken,

schijnbaar went het

op wankele benen

door het leven

te gaan.

Lege straten,

lege pleinen,

horen tot een grijs verleden,

als we niet stoppen

met heen en weer

te hollen,

zal het virus ons verslaan.