De thuisreis – ukv

We hebben afgesproken op Victoria Station. Drie maanden heb ik hem niet gezien en ik kijk er naar uit om  met hem naar huis te gaan. Vanaf het moment dat ik hem bij de krantenkiosk zie staan, voel ik me warm worden, voel ik me geborgen.
Hij heeft kamers voor ons gereserveerd in een groot hotel. Ik kijk mijn ogen uit. Tijdens het diner in een sjiek restaurant praten we, lachen we, vertellen elkaar over de afgelopen maanden. Ik geniet ervan hem helemaal voor me alleen te hebben. Thuis ben ik morgen weer één van zijn vijf kinderen.

Duivels oranje

In Nederland

noemen ze mijn tongval Vlaams,

in Vlaanderen zeggen ze na

mijn eerste gehoorde woorden:

‘jij bent zeker in Holland geboren.’

En ik,

ik reken me rijk,

ik voel me thuis in beiden landen,

een tevreden onderdaan,

ik ben een echte Europeaan.

Verlangen

Hoezeer

heb ik hem gemist,

hij was er wel,

maar niet in zicht,

alsof er iets anders

tussen ons in beweegt,

zodat hij niet dichter bij kon komen

en ik bleef koud,

maar nu hij er eindelijk dan toch is,

nu mag hij me

tot diep in mijn vezels koesteren

en tot in de herfst,

of langer als dat kan,

verwarmen,

ik leef op

onder die zalige zomerzon.

Leed – ukv

Ze deden alles samen, maar ergens onderweg zijn ze elkaar verloren. Had hij teveel afstand genomen, waardoor ze hem niet in kon halen? Waardoor ze toen hij eenmaal uit zicht was, een andere afslag nam. En zo iemand tegenkwam die haar voor altijd bij hem weg zou houden?
Of was ze al eerder van plan hem niet meer te volgen en was die vent  de druppel?
Moet hij zichzelf verwijten dat hij haar is kwijtgeraakt, omdat hij te weinig op haar heeft gelet?
Hij weet het niet, hij was zelf nog jong. Maar het veroorzaakt een leven lang verdriet.

De uitslag – ukv

Toen de radioloog met de röntgenfoto’s klaar was, keek ze hem vragend aan.
‘Morgen kunt u uw huisarts bellen voor de uitslag.’
Ze wilde iets zeggen, maar hij liet haar niet eens beginnen.
‘Nee, wij mogen niets zeggen.’
De volgende dag stelde ze het telefoontje zo lang mogelijk uit. Ze wilde duidelijkheid over haar klachten, maar was bang voor zware ingrepen. Toen ze haar huisarts uiteindelijk aan de lijn had, zei hij:
‘Het zit tussen uw oren.’
‘Tussen mijn oren, dokter? Ik denk dat u de verkeerde foto’s voor u heeft. Ik heb geen hoofdpijn maar pijn aan mijn knieën.’