Zo was het niet – ukv

Langzaam richtte ze zich op, haar hoofd was zwaar en ze had dorst. In haar pantoffels en peignoir wankelde ze de trap af, ging de keuken in en vulde de waterkoker. Even later zat ze met een beker gloeiend hete thee aan de keukentafel, die ook sporen van de avond ervoor vertoonde. Ze depte met een natte vinger cake-kruimels, likte. Ze nipte van een restje. De alcohol en het zoet vermengden zich. Ze wiegde haar bovenlichaam, sloot haar ogen. Alle gezichten en wensen uit het boek kwamen voorbij. ‘Dank u, dank u’, zong ze, ook al hoorde niemand het.

Strubbelingen

Na een ferme duw

volgt een wankele stap

en beland ik

in troebel water,

tot mijn enkels in de drab,

dat meer en meer

aan me begint te zuigen,

ik zak, ik zak

probeer te waden

en uiteindelijk,

vind een wijze

waarop ik

met een diepe zucht

uit deze penarie ontsnap.

Één op één – ukv

Het is druk in driesterrenrestaurant Simpson’s in the Strand. De ober groet ons hoffelijk en begeleidt ons naar een tafeltje in een rustige hoek.
Zodra ik tegenover hem zit, vergeet ik de wereld om me heen, zijn we met zijn tweeën. Ik heb hem drie maanden niet gezien. We praten, drinken, lachen, laten het ons allemaal smaken.
Af en toe kijk ik in zijn vertrouwde gezicht. Wat een verwennerij. Dit is een moment om te koesteren. Morgen vliegen we naar huis en daar moet hij zijn aandacht weer verdelen over mij en zijn andere kinderen.