Het verdict

Mijn hele leven ben ik misbruikt. De dader had het  niet eens in de gaten. Ze groeide er mee op  alsof het vanzelfsprekend was. Haar entourage keek zwijgend toe en deed niets.
Pas toen ze hinder begon te ondervinden, volgden er onderzoeken en rapporten. Eindeloos. Vooral omdat ze verkeerd zochten. Vorige week klonk het verdict. Mijn eigenaresse heeft me altijd verkeerd neergezet. Nu ben ik dusdanig beschadigd en versleten dat ik wordt vervangen door zo’n namaakgewricht. En wat gebeurt er dan met mij?
Is er nog leven voor een oude, versleten knie?

Gepieker

Niet op klaarlichte dag,

maar in het holst,

in het donkerste van de nacht

moet ik opnieuw vechten met de draak

en als ik vermoed

dat ik zijn kop met mijn zwaard

allesvernietigend raak,

blijkt hij er nog zes te bezitten,

zodat ik moedeloos mijn strijd staak,

me onder de dekens verberg

en zo het duister doorwaak.

De oogarts – ukv

De oogarts – ukv

Mijn volgende patiënte is een jonge puber en haar moeder. Al bij binnenkomst zie ik seinende blikken van de laatste richting haar dochter.
Ik denk er het mijne van.
‘Dag mevrouw,’ zegt de moeder.
‘Dokter, het is dokter Buizerd,’ zeg ik nors waarmee de toon is gezet.
Tijdens de ogentest suggereer ik contactlenzen aan het meisje.
‘Ze is veel te onhandig voor die dure friemeldingen’, hoor ik achter mijn rug, maar het meisje straalt.
‘Daarmee leer je wel omgaan,’ zeg ik.
Dertig jaar later stapt mijn patiënte weer over naar een bril. Dubbelfocus.

Dienstbaar

Een extra hand

is zoveel meer

dan die palm met vijf vingers,

zoveel meer dan de inhoud,

en de kracht

om meer te dragen,

meer te grijpen,

zoveel meer lengte

om verder te reiken,

zoveel meer finesse

om te prutsen in nog meer detail,

die extra hand

waar je nooit om hoeft te vragen,

die geeft heel veel extra warmte,

die je van tevoren niet verwacht.

Opgelaten

Het scheen er altijd

aangenaam warm,

het geroezemoes dat kwam

gezellig door de kieren,

maar zodra ik er binnenkwam,

leek het er stand te pede te bevriezen,

werd het stil,

zag ik stekende blikken,

vroeg ik me af:

‘Wat heb ik misdaan,

waarom beginnen mijn knieën

hier iedere keer weer

spontaan te knikken?’

Wchtwrd/pn/cde

De kassière wist mijn naam

en ik noemde haar Pieternel,

maar nu weet niemand nog

wie ik ben,

ik ben een wachtwoord, pin,

of code,

een code, waarmee ik mijn verblijf kan staven,

een pin, waarmee ik mijn boodschappen

kan betalen,

een puk of pin

voor de toegang tot mijn telefoon,

een wachtwoord waarmee ik de diepste geheimen

in mijn eigen kluis kan kraken

en een code om al die series van

letters, tekens en symbolen te bewaren

en als ik die laatste kwijt zal raken

is het net of ik geen recht heb op mijn bestaan.

Achterdocht

De kliko’s klepperen met hun deksels

als de mannen weer eens komen

door onze straat,

opgetogen over het vooruitzicht

dat ze van wat in hen ligt te rotten

worden bevrijd.

Behalve die ene,

die houdt zich gesloten,

die blijft potdicht,

totdat ook hij zal worden gedwongen,

tegenstribbelend opengaat,

waarna zich vermoedelijk

een enorme stank verspreidt.

De zomer – ukv

Hoewel hij op zijn laatste benen staat, wil hij zich vandaag nog voluit geven.  De afgelopen dagen spaarde hij zelfs energie.
Al vroeg is hij is in een stralend humeur. Tevreden ziet hij hoe mensen opgewekt ontwaken, op weg gaan om anderen te ontmoeten.
Urenlang volgt hij een bijzondere groep fietsers. Als hij even uitrust, verliest hij de groep uit het oog. Gelukkig haakt hij weer aan,  maar het kost hem veel kruim om hun tempo bij te houden. Helemaal leeg komt hij bij het eindpunt aan. Tijd om afscheid te nemen, de eikels vallen al.