Heimwee

Soms is hij koppig,

eigenzinnig,

luistert hij niet naar mijn sporen,

luistert hij ook niet

naar de teugel,

luistert hij niet

naar mijn stem,

dan denk ik,

voor deze combinatie

ben ik niet geboren

en heb ik stiekem heimwee,

naar papier en pen.

Leegte

Het ziet eruit

zoals het altijd was,

de gordijnen zijn open

en binnen staat de bank

die op haar liggend lichaam wacht.

Verstilde blikken op de kast,

zullen niet meer door haar worden bekeken.

Er is niets dat hier ontbreekt,

maar zij is weg

en het is net

of ieder meubel

of ornament

om de beurt

over haar een woordje spreekt.

Tot het einde – ukv

Het is eb. De wind speelt met mijn lange haar. De zon schijnt op mijn mijn naakte huid. Ik heb al een heel eind gelopen, maar pas nu wordt het langzaam dieper. Ik draai om, kijk naar het land dat ik achterlaat. Mijn gevoelens zijn gemengd, veel uit mijn verleden is er verdwenen, er is niets over dat de moeite waard is om voor te blijven. Resoluut draai ik me in de richting van de horizon en waad verder. Als dat niet meer lukt, ga ik op mijn rug liggen, geef me over. Zo wil ik oneindig, gedachteloos drijven.

Woede

Hoewel met as en aarde toegedekt

borrelt en bruist het nog

vlak onder het oppervlak

en na beroering

van een kleine teen

of vingertop

ontstaat een barst

waarop alle rommel

eerder opgekropt

vernietigend naar buiten komt.

Haar liefde – ukv

Voor de zoveelste keer borrelt de irritatie in haar op. Ze zucht. Heeft het zin met haar beperkte middelen te strijden tegen een vijand die hem van alle kanten bedreigt? Haar stem zal maar weinigen bereiken, haar neergeschreven woorden nauwelijks worden gelezen. Zonder zwaard zal ze de slag nooit winnen.
Een keer laat ze het gebeuren. Bij de tweede aanval recht ze haar rug, ze kan het niet verdragen.
Ze schraapt haar keel, schreeuwt dan:
Mooist, niet meest mooi!!
Je kunt, niet je kan!!
Onverstoorbaar praat de televisie door. Ze kan niets doen om haar geliefde taal te beschermen.

Loslaten

Had ik haar niet verbannen

naar een ver

en onbereikbaar oord,

maar zelfs voor even

blijkt ze niet te zijn verdwenen,

want in mijn oor hoor ik

haar stem dwingen

en ik benijd de brutalen

die ijskoud doen

alsof ze hem niet hebben gehoord.