Schrijven is mijn passie

mijnappelboom.be

Melissa (Eindhoven, 1959) schrijft dagelijks een kort gedicht, een appeltje, dat u fris kunt plukken op deze website. Eens in de week verandert het appeltje van smaak en is het een ultrakort verhaal (ukv) van maximaal 99 woorden.

Schrijven loopt als een rode draad door haar leven. Zo schreef zij

    • graag opstellen tijdens haar schoolloopbaan in Veldhoven en Eersel
    • dagboeken en brieven toen ze tiener was
    • essays in het kader van haar Art History A level en de andere vakken die ze volgde in 1977-1978 aan Padworth College, nr. Reading, United Kingdom
    • boekbesprekingen tijdens haar opleiding tot Jeugdbibliothecaris
    • artikelen en boekbesprekingen voor het tijdschrift Boekenwereld voor Nederlandstaligen in het buitenland
    • kinderverhalen voor een cursus kinderverhalen schrijven
    • eindeloos veel brieven tijdens het pre-mailtijdperk

Tijdens haar opleiding literaire creatie schreef zij bovendien een aantal korte verhalen.

Einde

Als het stil wordt,

er zelfs op straat

geen stemmen

meer zijn te horen,

de tractoren

op de akkers zwijgen,

de maiskolven

eerbiedig buigen,

nieuw leven nog niet

is geboren,

dan zal ik naar de sterren staren,

vooral naar die ene,

die dan fonkelend aan de hemel staat.

Feest – ukv

Een voor een komt iedereen binnen. Familie, vrienden, speciaal voor hem. Hij krijgt handen, zoenen, cadeaus.
Ineens verstomt het geroezemoes Alleen het schuifelen van voeten en stoelen tijdens het opstaan van de aanwezigen is nog te horen. Terwijl de taart binnenkomt, vult de zaal zich met ‘Lang zal hij leven.’
Vanaf zijn versierde stoel met zijn verjaardagskroon op zijn hoofd klapt en zingt hij mee. Hij straalt.
Het is net als toen. Alleen toen stond hij op de stoel, nu zit hij. En hij blies vijf kaarsjes uit. Voor de 85 moet hij een iets langere adem hebben.

Controle

Soms schuurt het tussen mijn tanden,

rijzen de haren in mijn nek,

krijg ik kippenvel

en staat het zweet in beide handen,

maar dan weet ik te bedaren

en me te vermannen,

breng de woorden

die al op mijn lippen lagen

terug naar mijn tong

en zeg:

‘Laat ze maar praten, ik ben niet gek.’

Spijt

Met schroom neemt Herman het mandje met bloemblaadjes aan. Moet hij als eerste? Gehoorzaam, stuntelend, strooit hij een handjevol in het graf. Waar was het mis gegaan tussen  hen? Waarom had hij hem zelfs gemeden?
De vrouw naast hem kucht. ‘Ik zal hem missen.’
Hij kijkt haar aan.
‘Hij was sociaal, had humor, was hulpvaardig. Hij was bijzonder.’
Herman knikt stil. Zelfs de gedachte ‘over de doden niets dan goeds’ waarmee hij zijn gedrag tijdens de vele toespraken over zijn broer die ochtend had vrij gepleit, houdt niet langer stand. Met zijn ogen vol tranen, verlaat hij de begraafplaats.